wpb93acde0.png
Begrippenlijst A - B

Aankoopsom
Het bedrag dat u betaalt voor een huis, zoals vastgelegd in het koopcontract.

Afbetalen van de hypotheek
Meestal gebeurt dat in maandelijkse termijnen, samen met de rentebetalingen. Ook afbetalingen per kwartaal, per halfjaar of per jaar komen voor. De rente is dan iets hoger.

Afkoopwaarde
De opgebouwde waarde van een levensverzekering of spaarpolis welke wordt uitgekeerd bij beëindiging.

Aflossingsvrije hypotheek
Tijdens de looptijd van de hypotheek hoeft niet te worden afgelost in contanten of via een polis.

Afsluitkosten
Alle kosten die u maakt voor het afsluiten van een hypotheek. Zoals notaris-, taxatie-, administratie- en afsluitkosten van de geldgever.

Afsluitprovisie
Door de bank in rekening gebracht bij het afsluiten van een hypotheek.

Aftrekpost
Het totale bedrag dat u in mindering kan brengen op uw bruto inkomen. De rente van de hypotheek in geval van aankoop en de kosten zoals genoemd onder afsluitkosten.

Akte van levering
De notarisakte van de overdracht van het onroerend goed.

Annuïteiten hypotheek
Rente en aflossing vormen samen een vast maandbedrag. U lost langzamerhand meer af, terwijl het renteaandeel daalt. De nettomaandlast stijgt.

Appartementsrecht
U koopt exclusief gebruiksrecht van een deel van het gebouw. U krijgt bevoegdheid tot het gebruik van een bepaald appartement en gemeenschappelijke ruimten.

Bouwhypotheek
Hiervan is sprake als het om een nieuwbouwwoning gaat. We spreken ook wel van een depotlening, hypotheek met bouwdepot of een hypotheek met depotstorting. Een bouwhypotheek kan ook verstrekt worden, wanneer een bestaande woning verbouwd
wordt.

Borgstelling
Hierbij verklaart een ander persoon dan de geldnemer, bijvoorbeeld een familielid, dat hij bereid is m.b.t. (een deel van) de lening borg te staan.

                                              Terug